Selecties
Eenmaal in Auschwitz II - Birkenau aangekomen, moeten de Joden de trein verlaten en alles wat ze bij zich hebben, achterlaten. Vervolgens vindt de eerste selectie plaats waarbij de SS-ers kiezen wie bestemd is voor een onmiddellijke dood en wie naar het nabijgelegen concentratiekamp gestuurd zal worden om er te werken. Op enkele uitzonderingen na worden alle kinderen, bejaarden, zwangere vrouwen, mensen met een handicap en vrouwen met kinderen onmiddellijk naar de gaskamers gestuurd. Er wordt geselecteerd op basis van puur fysieke criteria en op basis van het aantal werkkrachten dat men in Auschwitz kan gebruiken.
Alle mensen die niet geschikt zijn voor de arbeid hebben dezelfde bestemming: de gaskamers van het vernietigingscentrum van Birkenau. Zo verdwijnt 75% van de meisjes en vrouwen uit België onmiddellijk na het verlaten van de treinkonvooien.
Vernietigingscentra
Dergelijke selecties vinden enkel plaats in Auschwitz-Birkenau en, in mindere mate, in Lublin-Majdanek. In deze centra worden namelijk twee verschillende structuren vermengd: het vernietigingscentrum ligt ingeplant in een concentratiekamp. De SS-ers moeten hier dan ook rekening houden met de economische eisen van de concentratiekampen. De andere vier vernietigingscentra (Belzec, Sobibor, Treblinka en Chelmno) hebben als enige doel de onmiddellijke vernietiging. Er is daarom geen selectie van de joodse gedeporteerden.
Deze plaatsen – met uitzondering van Auschwitz-Birkenau en Lublin-Majdanek – kunnen dan ook geen echte ‘kampen’ genoemd worden. Er worden geen joden opgesloten, enkel vermoord. Alleen op deze plaatsen had men vergassingsinstallaties gebouwd die mensen op industriële schaal ombrachten. In deze ‘kampen zonder gevangenen’ werd 2.600.000 joden vergast.
| SS Sonderkommando | Periode | Aantal vermoorde joden |
| Chelmno |
december 1941 – april 1943 juni 1944 – juli 1944 |
ca.150.000 |
| Belzec | maart 1942 – december 1942 | ca. 500.000 |
| Majdanek | maart 1942 – oktober 1943 | ca. 50.000 |
| Sobibor | april 1942 – oktober 1943 | ca. 200.000 |
| Auschwitz-Birkenau | juli 1942 – november 1944 | ca. 900.000 |
| Treblinka | juli 1942 – oktober 1943 | ca. 750.000 |
| Totaal | 1941-1944 | 2.550.000 |
Vernietiging
Wanneer in Birkenau de treinsporen doorgetrokken worden tot in het kamp zelf, wordt de tijd tussen aankomst en vernietiging nog korter. De moordenaars van het SS-Sonderkommando volbrengen hun werk in een mum van tijd. Hun vernietigingscentrum is een ware treinterminus, speciaal uitgerust om de gedeporteerden te vermoorden met het grootst mogelijk rendement.
De gaskamers bevinden zich op enkele kilometers van het kamp. Vanaf september 1941 worden de operaties uitgevoerd in twee omgebouwde boerderijen, verborgen in een berkenbos in Birkenau. Vanaf januari 1943 worden meer rendabele gasinstallaties gebouwd.
1 = Bunker 1 (witte huis) : gaskamer in gebruik sinds maart 1942
2 = Bunker 2 (rode huis): gaskamer in gebruik sinds juni 1942
3 = gaskamer/crematorium 1 & 2 : in gebruik vanaf de lente van 1943
4 = gaskamer/crematorium 3 & 4 : in gebruik vanaf de lente van 1943
5 = ‘Platform van de Joden’ (Judenrampe) : tot mei 1944 moesten de Joden hier van de trein stappen.
6 = ‘Platform van de Joden’ (Judenrampe) : gebouwd in mei 1944 als verlening van het spoor tot in het kamp van Birkenau naar aanleiding van de aankomst van 430.000 Hongaarse Joden.
7 = Familiekamp van de Zigeuners
De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.



