Nini en Ruth Berneman 'Van legaliteit naar clandestiniteit'

Download het verhaal in PDF-formaat

Moszek Berneman wordt op 21 november 1903 in Kozienice geboren. Zijn toekomstige echtgenote, Luba Potaznik, komt op 18 november 1904 in dezelfde Poolse stad ter wereld. Het is onduidelijk of Moszek en Luba al getrouwd zijn wanneer Moszek in 1927 naar België komt. Luba reist hem een jaar later, in 1928, achterna.

Het echtpaar Berneman vestigt zich in Antwerpen. De twee dochters van Moszek en Luba worden allebei daar geboren : Nini op 7 september 1929 in Berchem, Ruth op 29 augustus 1932 in Borgerhout. Moszek verdient de kost als diamantbewerker, terwijl Luba thuisblijft om voor de kinderen te zorgen. Nini en Ruth volgen les aan de katholieke lagere school in de Charlottalei.


Anti-joodse maatregelen

Op 10 mei 1940 valt Duitsland België binnen. Na 18 dagen geeft koning Leopold III zich over. De nazi’s installeren een militair bezettingsbestuur en het normale leven komt terug op gang. De joodse gemeenschap in België wordt de eerste paar maanden met rust gelaten.

Dan, op 28 oktober 1940, wordt de eerste anti-joodse maatregel afgekondigd. Vanaf de winter van 1940 moeten alle Joden in België, ouder dan 15 jaar, zich op het gemeentehuis in het Jodenregister inschrijven. Jongere kinderen worden alleen op de fiche van de vader vermeld. Dat gebeurt ook met Nini en Ruth Berneman, wanneer Moszek zichzelf en zijn echtgenote op 20 december 1940 in Antwerpen inschrijft.

Op 25 november 1941 wordt onder druk van de nazi’s de Jodenvereniging van België (JVB) opgericht. Vanaf de lente van 1942 moeten alle joodse gezinnen verplicht lid worden. Slechts de helft van hen zal dat ook echt doen. Onder hen Moszek Berneman, die zijn gezin op 14 april 1942 inschrijft.

Vanaf 27 mei 1942 worden alle joodse mannen, vrouwen en kinderen ouder dan zes jaar verplicht om de gele ster te dragen. Ook Nini en Ruth mogen niet meer de straat op zonder dit symbool op hun bovenkleding. Vanaf dan zijn zij overal meteen als Joden herkenbaar. Nini getuigt :

“Het was ergens in juli ’42, toen moeder me naar buiten stuurde voor boodschappen. Met de ster op mijn jas stapte ik door de Provinciestraat, en daar de kaaswinkel binnen […] Terwijl ik stond aan te schuiven […] kwam een vrachtwagen tot stilstand. Er sprongen een paar mannen af die lukraak mensen van straat plukten om ze vervolgens de vrachtwagen in te duwen. In het midden van de winkel barstte ik in snikken uit […] De vrouw die naast mij in de rij stond […] prutste zelfverzekerd de ster van mijn jasje en bracht me naar huis.” *


Rochefort

Wanneer de anti-joodse dreiging toeneemt, besluit Moszek onder te duiken. Het gezin kan vanaf augustus 1942 bij de familie Gaspard in Rochefort terecht. Nini en Ruth volgen les aan de katholieke school van de Zusters van Sint-Marie. Daar kent iedereen hen onder de achternaam Bernay. Nini getuigt :

“In Rochefort zaten we veilig. Niemand stoorde zich aan ons, niemand scheen ons op te merken. Het was soms moeilijk om te leren omgaan met de anonimiteit waarin we moesten leven. Zeker als jong meisje. Ik wilde mij ontplooien, maar voelde mij als een opgesloten vogeltje.” *

Het verzet is erg actief in Rochefort. Soms waarschuwen enkele verzetsleden het gezin Berneman dat zij zich snel moeten verstoppen voor naderend gevaar. Dan trekken Moszek, Luba, Nini en Ruth het bos in. In 1943 is het zo onveilig dat het verzet hen een maand lang naar Bouillon verplaatst. De verzetsleden zorgen ook voor Ruth die erg vaak ziek is. Het meisje wordt dan naar het ziekenhuis van de Zusters gebracht, waar ze kan aansterken.

Ondanks het gevaar overleven Moszek, Luba, Nini en Ruth als gezin de oorlog. Ze worden in Rochefort zelfs twee keer bevrijd. Op 9 september 1944 komt het Amerikaanse leger aan in de stad. Die herfst worden de geallieerden in de Ardennen echter teruggedreven. De nazi’s nemen Rochefort opnieuw in. Op 30 december 1944 wordt de stad – en het gezin Berneman – dan toch definitief bevrijd.

 


* De volledige getuigenis van Nini Berneman-Weinstein werd gepubliceerd in : WOUTERS Lieve, “Het meisje van de foto”, in Driemaandelijks Tijdschrift van de Auschwitz Stichting, okt.-dec. 1999, nr. 69, p. 21-27.

Nini en Ruth Berneman dragen de Jodenster, Antwerpen, zomer 1942.
Nini en Ruth Berneman dragen de Jodenster, Antwerpen, zomer 1942.
Nini Berneman (uiterst rechts) met haar onderduikgezin in Bouillon.
Nini Berneman (uiterst rechts) met haar onderduikgezin in Bouillon.
Nini Berneman (helemaal achteraan, omcirkeld) bij de eerste bevrijding van Rochefort in september 1944.
Nini Berneman (helemaal achteraan, omcirkeld) bij de eerste bevrijding van Rochefort in september 1944.