Jenny Birenbaum 'Een overlevende van Birkenau'

Download het verhaal in PDF-formaat

Simon Birenbaum wordt op 13 augustus 1897 in het Poolse stadje Checiny geboren. Zijn toekomstige echtgenote, Salka Fleszer, komt op 23 februari 1900 in Stanislau ter wereld. Simon en Salka trouwen in Polen en verlaten het land in 1928 of het begin van 1929. Ze migreren naar Duitsland. Op 19 april 1929 wordt in Keulen hun eerste kind geboren : Schenja of Jenny. Een tweede dochter, Esther, volgt op 8 november 1931, en een eerste zoon, Joseph, op 26 december 1932. Na de geboorte van Herschel op 4 november 1936 is het gezin compleet.

Vanaf de machtsovername door de nazi’s in 1933 krijgt de joodse gemeenschap in Duitsland het steeds moeilijker. Om te kunnen eten, moet Simon al de machines uit zijn schoenmakersatelier één voor één verkopen. Tijdens de Duitse Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 wordt het gezin Birenbaum zwaar getroffen. Simons schoenwinkel wordt helemaal vernield. Vlak daarna, in november 1938, wordt Simon Birenbaum gearresteerd en gedeporteerd.

Salka blijft met vier kleine kinderen alleen in Keulen achter. Begin december neemt ze contact op met een kennis van haar in Antwerpen. Jenny mag naar België gaan, maar ze wil niet vertrekken zonder haar zusje Esther. Uiteindelijk vertrekken de meisjes op 24 december 1938 met een kindertransport naar ons land.

Het gezin Lemarchand

Jenny en Esther worden opgenomen door het gezin Lemarchand uit Groot-Bijgaarden, waar Jenny als huishoudster en kinderoppas moet zwoegen. Salka besluit toch om ook haar zoon Joseph naar hen toe te sturen. De kleinste, Herschel, blijft bij haar in Keulen. Op 3 mei 1939 komt Joseph met de trein in België aan, waar hij wordt herenigd met zijn zusjes.

Dan breekt de oorlog uit. Op de avond van 17 mei 1940 komen de Duitsers in Groot-Bijgaarden aan. Jenny bewaart de daaropvolgende jaren angstvallig een foto van haar vader en haar moeder, samen met een postkaart van haar vader uit 1941 en eentje van haar moeder uit 1942. Dit zijn de laatste tekenen van leven die Simon en Salka geven. Jenny, Esther en Joseph zullen hun ouders en jongste broertje nooit meer terugzien.

De Lemarchands zijn bang dat de foto’s en postkaarten zullen verraden dat er joodse kinderen bij hen wonen. Mevrouw Lemarchand verscheurt daarom alle aandenkens, behalve de foto van Salka alleen. Jenny kan die verstoppen en weet ook de postzegels van de verscheurde kaarten te bewaren. Na de oorlog zal blijken dat deze van Salka uit het getto van Lwow in Polen afkomstig is. Salka en Herschel zijn daar in 1941 samen naartoe gedeporteerd.

Van elkaar gescheiden

Midden mei 1942 besluit madame Lemarchand dat ze de zorg voor Joseph en Esther niet meer aan kan. Terwijl Jenny in Groot-Bijgaarden achterblijft, vertrekt haar broertje op 15 mei naar het joods weeshuis aan de Patriottenstraat 34 in Brussel. Niet lang daarna duikt Esther onder bij het gezin van haar lerares literatuur, mevrouw Duquenne. Op 15 oktober 1943 verhuist Jenny samen met de familie Lemarchand naar Genval, niet ver van Brussel. Maar de familie heeft geld nodig en besluit om Jenny als huishoudster aan een ander gezin te verhuren.

Op 19 april 1944 wordt Jenny 15 jaar. Ze moet op het gemeentehuis van Genval haar identiteitskaart afhalen, maar wordt door een ambtenaar verraden. Op 23 mei om 5 uur ’s ochtend wordt ze ruw wakker geschud. Er staan twee Feldgendarmen, Feldgendarmerie voor haar bed. Ze schreeuwen tegen haar. Jenny moet zich snel aankleden en wordt meegenomen naar de gevangenis van Nijvel.

Op 26 mei wordt Jenny als nummer 104 in Kazerne Dossin ingeschreven op de lijst van transport XXVI. Ze zal er meer dan twee maanden opgesloten zitten. Jenny ontvangt elke week een pakje met eten van de familie Lemarchand of de familie Duquenne, waar haar zusje Esther ondergedoken zit.

Auschwitz-Birkenau

In de ochtend van 31 juli 1944 worden de gevangenen samengeroepen op de binnenkoer van de Kazerne Dossin. Een deportatietrein staat op het punt om te vertrekken. In een naoorlogse getuigenis beschrijft Jenny zelf wat er daarna allemaal gebeurt. Ook zij moet mee naar de trein, al is ze pas 15 jaar en helemaal alleen. Samen met 562 andere joodse mannen, vrouwen en kinderen stapt Jenny naar het station, waar de mensen dicht opeen worden gepakt in beestenwagons. Het is aardedonker binnen. Een klein raampje laat een klein beetje licht door zodat de gevangenen de toiletemmer kunnen vinden. De mensen zijn helemaal ontredderd. Ze schreeuwen en huilen.

Twee volledige dagen en nachten lang zitten de gevangenen uit Mechelen in de rijdende trein opgesloten. Jenny heeft geen idee waar ze heen gaan. Op 2 augustus 1944 doemen de schoorstenen van Auschwitz-Birkenau in de verte op. Wanneer de trein stilhoudt, worden de gevangenen de trein uitgejaagd. De vrouwen vormen een lange rij op het perron. Artsen selecteren de werkbekwame sterke en jonge vrouwen. De oudere vrouwen, kinderen en mindervaliden worden naar de gaskamers gebracht om er te sterven.

Ook de 15-jarige Jenny wordt gekozen voor het werk. De vrouwen moeten eerst naar een grote zaal rennen, waar zij gedwongen worden zich volledig uit te kleden. Ze worden kaalgeschoren en gaan onder de douche. Alle juwelen en andere kostbaarheden worden hen afgenomen. Het nummer 24.045 wordt op Jenny’s arm getatoeëerd en zij moet een gestreept uniform dragen. Jenny krijgt er twee linkerschoenen bij. Voortaan is zij een nummer : 24.045. Na hun inschrijving wordt de groep vrouwen naar een barak gebracht, waar ze met drie of vier één bedbak in een stapelbed moeten delen.

Dodenmars

Ongeveer twee en een halve maand nadat Jenny in Auschwitz-Birkenau is aangekomen, zoeken de bewakers sterke vrouwen voor een transport naar een ander concentratiekamp. Jenny biedt zich spontaan aan. Op een nacht verlaat de groep geselecteerden Auschwitz. Ze marcheren door de koude en donkere bossen. Op 27 oktober 1944 komen ze uiteindelijk in het kamp Landsberg aan. Jenny wordt onder het nummer 120.347 ingeschreven. Ze werkt in de wasserij waar ze de kleren van de doden wast.  

Jenny blijft bijna zeven maanden in Landsberg. In de lente van 1945 moeten de vrouwen het kamp weer verlaten. Dagenlang marcheren zij voort. ’s Nachts slapen ze ondanks de koude en de vochtigheid onder de blote sterrenhemel. Ze horen regelmatig het geluid van geallieerde vliegtuigen en bombardementen. Door de slechte levensomstandigheden, wordt Jenny ernstig ziek.

De uitgedunde groep vrouwen bereikt het kamp Kaufering, maar de Russische krijgsgevangenen die er opgesloten zitten, willen de vrouwen zelfs geen barak geven om in te slapen. De vrouwen leggen zich daarom op te grond te rusten. De dag na hun aankomst worden hen bij wijze van voedsel enkele aardappelen toegeworpen. Ondertussen komt de bevrijding steeds dichterbij.

Niet lang na de aankomst van de vrouwen in het kamp in mei 1945, nadert een jeep met Amerikaanse soldaten de poorten van Kaufering. De gevangenen zijn vrij en mogen – vaak na een lange periode in het ziekenhuis – naar huis terugkeren. Op 24 mei 1945 komt Jenny in België aan. Het gezin Lemarchand neemt haar opnieuw op. Pas in 1946 wordt Jenny met haar broertje Joseph en zusje Esther herenigd.

Salka Fleszer.
Salka Fleszer.
Jenny wordt verraden wanneer zij bij de gemeente haar identiteitskaart aanvraagt.
Jenny wordt verraden wanneer zij bij de gemeente haar identiteitskaart aanvraagt.
Jenny Birenbaum in 1939.
Jenny Birenbaum in 1939.
Joseph Birenbaum in 1939.
Joseph Birenbaum in 1939.
Esther Birenbaum, ca. 1939.
Esther Birenbaum, ca. 1939.