Auschwitz

Auschwitz is de verzamelnaam voor een geheel van concentratiekampen dat zich uitstrekt over ongeveer 40 km² en niet minder dan 39 kampen en Kommando’s telt. Vanaf 1942 organiseert dit amalgaam zich rond drie polen.

Het eerste en het belangrijkste kamp krijgt de naam Auschwitz I. Het tweede, waar het SS-Sonderkommando zijn vernietigingscentrum heeft geïnstalleerd, wordt Auschwitz II-Birkenau genoemd. Het derde en laatste kamp, met zijn fabrieken die arbeiders uit de concentratiekampen tewerkstellen, is Auschwitz III-Monowitz.

 

Dwangarbeid

Auschwitz-Birkenau vormt een uitzondering op andere vernietigingscentra. De Joden die in Auschwitz-Birkenau terecht komen, worden niet allemaal onmiddellijk gedood. De militaire nederlagen na de bliksemoorlog en de mondialisering van het conflict nopen de economische administratie van de SS er immers toe een maximum aan krachten uit de concentratiekampen te gebruiken voor de oorlogseconomie. Het is de SS Totenkopf die de vernietiging door arbeid in goede banen leidt.

De joodse gedeporteerden die geschikt bevonden zijn voor de arbeid, worden naar het concentratiekamp van Auschwitz gezonden. Daar verblijven ze gemiddeld niet meer dan drie maanden. Na die periode, als ze intussen al niet bezweken zijn onder de extreme omstandigheden in dit moederkamp, worden ze naar andere werkcommando’s of concentratiekampen gestuurd.

 

Hiërarchie

In Auschwitz worden de gedetineerden, zoals elders in de concentratiekampen, ingedeeld volgens de reden van hun opsluiting. Een gekleurde stoffen driehoek identificeert hen: rood voor de politieke gevangenen, groen voor de gevangenen van gemeenrecht, roze voor de homoseksuelen, zwart voor de asocialen, paars voor de getuigen van Jehova en geel voor de joden.

In het begin vertrouwen de SS-ers de leiding toe aan gevangenen van gemeenrecht. Dat zijn criminelen en misdadigers die van de gevangenissen naar de concentratiekampen overgebracht zijn. Zij vormen de eerste groep van Kapos en staan het hoogst in de hiërarchie onder de gevangenen. Het zijn geprivilegieerde gevangenen, belast met het handhaven van de orde en de  discipline in het kamp daar waar de SS niet direct in contact staat met de gevangenen. De gevangenen van gemeenrecht, uitgekozen om hun brutaliteit en hun onbetrouwbaarheid, worden dus de hulpkrachten van de SS.

In sommige kampen slagen de politiek gevangenen erin over de groene driehoeken te springen, zelf Kapos te worden en zo in de hiërarchie te infiltreren. Meestal benutten de rode driehoeken hun bevoorrechte positie dan om elkaar te helpen, om een poging te doen in de mate van het mogelijke de levensomstandigheden van hun kameraden te verbeteren of om in het kamp netwerken van verzet te ontwikkelen.

 

Sterfte

De verplichte arbeid in de concentratiekampen is moordend. De gevangenen bezwijken massaal. Hun situatie wordt nog verergerd door honger, een gebrek aan hygiëne, erbarmelijke woonomstandigheden, koude, epidemieën, mishandeling, martelingen, moorden en executies. Bovendien worden er in Auschwitz regelmatig selecties uitgevoerd binnen de groep gevangenen.

Tussen mei 1940 en januari 1945 sterven in Auschwitz-Birkenau ongeveer 130.000 van de 360.000 voor het werk geselecteerde gevangenen. Het gemiddeld sterftecijfer bedraagt 36%. Tijdens bepaalde periodes, wanneer de gevangenen van de concentratiekampen maximaal uitgebuit worden voor de oorlogseconomie, bereikt het sterftecijfer in het kamp een percentage van bijna 50%. Deze periodes veroorzaken een ware slachting onder de gevangenen die al ondervoed zijn en blootgesteld worden aan ziektes en epidemieën.

 

De dodenmarsen en de bevrijding

Met het Rode Leger in aantocht beslist de leiding van Auschwitz om tussen 15 en 18 januari 1945 het concentratiekamp te evacueren.

Alle gevangenen die nog in staat zijn te marcheren, moeten deelnemen aan de mars die hen naar Duitsland voert. De SS-ers laten ongeveer 7.000 gevangenen achter in het gebouwencomplex van Auschwitz. De meesten van hen, 90%, zullen de bevrijding op 27 januari 1945 meemaken.

De overlevenden van de dodenmars komen in verschillende concentratiekampen terecht. De val van nazi-Duitsland, de ontregeling van het systeem van concentratiekampen, het gebrek aan bevoorrading, de overbevolking en epidemieën zorgen ervoor dat de overlevenden van de dodenmarsen in deze kampen nog de meest gruwelijke ervaringen van hun gevangenschap moeten  doorstaan. Velen van hen zijn hier niet meer tegen bestand en sterven voor de bevrijdingen in april en mei 1945.

 


De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.

Toegangspoort van Auschwitz. "Arbeid bevrijdt"? In de nazikampen doodt de arbeid! (© Auschwitz Museum)
Toegangspoort van Auschwitz. "Arbeid bevrijdt"? In de nazikampen doodt de arbeid! (© Auschwitz Museum)
(© Le Dossier juif)
(© Le Dossier juif)
Dwangarbeid in het concentratiekamp van Auschwitz II-Birkenau (© Auschwitz Museum)
Dwangarbeid in het concentratiekamp van Auschwitz II-Birkenau (© Auschwitz Museum)
Dodenmars (© USHMM)
Dodenmars (© USHMM)