Een plaats van herinnering: De Kazerne Dossin
De Kazerne Dossin was de wachtkamer van de dood. Van hieruit vertrokken tussen 1942-1944 25.835 mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden richting Auschwitz-Birkenau. Het gaat om 25.484 Joden – dat is bijna de helft van de Joodse bevolking van België – en 351 zigeuners. De jongste gedeporteerde was 35 dagen, de oudste 93 jaar oud.
Van deze 25.835 personen ontsnapten er 576 tijdens het transport. Van de overigen zouden er 24.019 omkomen: zij werden ofwel vergast in Birkenau, of stierven in het slavenkamp van Auschwitz of tijdens de daaropvolgende dodenmars. Slechts 1.240 gedeporteerden – oftewel minder dan 5% – keerden in mei 1945 naar België terug. Onder de overlevenden bevonden zich 32 zigeuners.
Bij het uitbreken van de oorlog vertegenwoordigde de joodse bevolking ongeveer 1% van de Belgische inwoners. Op het einde van de oorlog in 1945 bleek 50% van alle burgerslachtoffers joods te zijn.
De wegvoering van de meer dan 25.000 joden en zigeuners was een Duits misdrijf, ontworpen door de nazi’s. Hun opzet kon echter niet slagen zonder de medewerking van:
- het Belgische ambtenarenapparaat dat als korps de Jodenvervolging principieel accepteerde en vanuit die optiek ‘gezagsgetrouw’ met de bezetter meewerkte
- de Belgische collaborerende paramilitaire partijen en organisaties die zich als actieve Jodenjagers zouden profileren
Deze medewerking heeft sterk bijgedragen tot het eindresultaat: een dodentol van 44% onder de Joden. Daarmee liggen de cijfers van de “eindoplossing” in België tussen die van Frankrijk (25%) en Nederland (80%).
De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.


