Félicie Gruszow 'Een wees van de Holocaust'

Download het verhaal in PDF-formaat

De Poolse Feiwel Gruszow (Dombrowa, °15 maart 1901) komt in 1909 naar Antwerpen. Hij gaat er aan de slag als diamantbewerker. In 1930 trouwt hij met de Duitse Ilse Oppenheimer (Neufreistett, °25 januari 1906). Een jaar na hun huwelijk wordt hun enige kind, Félicie (Antwerpen, °29 december 1931), geboren. Het gezin Gruszow woont een tijd lang in de Lange Leemstraat in Antwerpen. Daarna verhuizen ze naar een huurwoning aan de Kreeftstraat even verderop.

Gevaar

Tussen 1940 en 1942 kondigt de Duitse bezetter 17 verordeningen af tegen de Joden. Zij moeten zich onder meer laten registreren in het Jodenregister van de gemeente waar zij wonen, krijgen het bevel hun handelszaken te sluiten en moeten een gele ster te dragen om aan te tonen dat ze joods zijn. Joden mogen ook hun woning ’s avonds en ’s nachts niet meer verlaten. De familie Gruszow gehoorzaamt aan de anti-joodse verordeningen en laat zich registreren. Wanneer de bezetter in  augustus 1942 razzia's in ’s het Antwerpse organiseert, dreigt het gezin van Feiwel Gruszow gearresteerd te worden. Uit de getuigenis van Félicie Gruszow :

“Later begonnen de razzia’s in de stad zelf, straat na straat, huis na huis, deur na deur. Ik herinner me dat mijn moeder de straat kon zien van achter het gordijn en de Feldgendarmen zag, die met onze buren spraken en met hun vingers naar ons huis wezen. Mijn moeder wist meteen dat we verraden waren. Mijn moeder, mijn vader en ikzelf hadden net de tijd om naar het zolderkamertje te klimmen, naar onze voorbereide schuilplaats.”

Diezelfde nacht duikt het gezin onder : eerst bij vrienden in Antwerpen, daarna in Petit-Han in de Belgische Ardennen, in een huis waar nog zes andere familieleden (waaronder Félicies grootmoeder, tante en neefje) ondergedoken zitten. Félicie raakt er bevriend met één van haar buurmeisjes, Marie Marquet, die haar later zal helpen om een tweede keer onder te duiken. Félicie is op dat moment 12 jaar.

Weggevoerd

In juni 1943 valt om 5 uur ’s ochtends de Sipo-Sd binnen op het onderduikadres van het gezin Gruszow. De politie pakt de ouders van Félicie op. Vader Feiwel kan de Duitsers ervan overtuigen dat Félicie niet zijn dochter is. Daardoor wordt zij niet gearresteerd en kan ze in Petit-Han blijven.

Feiwel en Ilse worden samen naar de gevangenis van Luik gebracht en daarna naar die van Aarlen gestuurd. Van daaruit vertrekt een konvooi naar het verzamelkamp voor Joden in Mechelen. Het gemis van hun dochter is groot. Vanuit de gevangenis van Aarlen stuurt Ilse Oppenheimer op 9 juli 1943 een brief aan haar dochter :

“Ik denk dag en nacht aan jou, mijn kind. Ik huil veel omdat ik niet meer bij je kan zijn om je te beschermen en te bemoederen. Je bent nog een klein meisje, maar ik smeek je : vergeet je ouders niet.”

Op weg naar Mechelen, waar de deportatietreinen naar Auschwitz-Birkenau elkaar intussen snel opvolgen, slaagt Feiwel erin om een kaartje vanuit de wagon naar buiten te gooien. Daarop staat geschreven dat de Sipo-Sd weet dat hij gelogen heeft over zijn dochter. Félicie moet opnieuw onderduiken.

Wees van de Holocaust

Félicie wordt verborgen in het klooster van de Soeurs de la Sagesse in Durbuy, samen met een zestal andere joodse meisjes. Ze krijgt er ook bezoek van haar vriendin, Marie Marquet :

“Alle meisjes waren daar onder een valse naam. Dat maakt dat ik nooit heb geweten wie ze waren. Tijdens de 3 maanden dat ik in het klooster verbleef, is Marie me vaak komen bezoeken. Ik was heel blij om van haar nieuws over mijn tante en grootmoeder te horen.”

De ouders van Félicie worden op 20 september 1943 vanuit Mechelen met transport XXII A weggevoerd. Het konvooi komt op 22 september aan in Auschwitz-Birkenau. Félicies ouders, Feiwel Gruszow en Ilse Oppenheimer, overleven hun deportatie niet. Félicie is een wees van de Holocaust.
 

Félicie met haar moeder, midden jaren 1930 in Antwerpen.
Félicie met haar moeder, midden jaren 1930 in Antwerpen.
De identiteitskaart van Feiwel Gruszow met het stempel Jood-Juif.
De identiteitskaart van Feiwel Gruszow met het stempel Jood-Juif.
Félicie draagt de Jodenster in Antwerpen, september 1942.
Félicie draagt de Jodenster in Antwerpen, september 1942.
Ilse Oppenheimer, opgesloten in de Kazerne Dossin, vraagt een vriendin om voedsel en kleding.
Ilse Oppenheimer, opgesloten in de Kazerne Dossin, vraagt een vriendin om voedsel en kleding.