Salka Fleszer, de moeder van Jenny, Joseph en Esther Birenbaum. (© KD-Fonds Birenbaum)

     
 

Joseph, Jenny en Esther Birenbaum in de tuin van de familie Lemarchand, ca. 1939. (© KD-Fonds Birenbaum)

     
  Op 29 juli 1941 beslist de bezetter een stempel Jood-Juif op de identiteitskaarten van alle joodse mannen en vrouwen te zetten. Zo zijn zij bij een controle op straat duidelijk herkenbaar. Wanneer Jenny vlak na haar vijftiende verjaardag op het gemeentehuis van Genval haar identiteitskaart aanvraagt, wordt zij door een ambtenaar verklikt. (© KD)
   

 

 

Jenny’s Sipo-Sd-fiche is met de hand ingevuld. De steekkaart vermeldt ook het adres van de familie Lemarchand in Genval. Dit betekent dat de kaart pas na Jenny’s arrestatie is opgesteld. Op de steekkaart staan ook haar transportnummer (XXVI geschreven als 26) en volgnummer (104) vermeld. De blauwe stikker met de R erop verwijst naar Jenny’s repatriëring, de gele stikker vermeldt haar tatoeagenummer in Auschwitz-Birkenau. (© DOS-SVG)

     
 

Wanneer gearresteerde Joden naar de Kazerne Dossin worden gebracht, worden hun namen toegevoegd aan de lijst van de volgende deportatietrein naar Auschwitz-Birkenau. Jenny Birenbaum wordt op 26 mei 1944 ingeschreven op de lijst van transport XXVI. Deze trein verlaat de kazerne op 31 juli 1944. (© DOS-SVG)

     
 

De joodse gevangenen in Kazerne Dossin mogen vrienden en familie om eten en kleding vragen. In juni en juli 1944 ontvangt Jenny wekelijks een pakketje met voedsel en kleding van de familie Lemarchand of van de familie Duquenne. (© DOS-SVG)