 |
|
Foto van drie van de vier zusjes Poler en hun broer Abraham met Zuster Marie-Aurélie uit het klooster van de Allerheiligste Verlosser in 1942. De identiteit van de volwassen vrouw rechts op de foto is onbekend. (© KD-Fonds Steinberg)
|
|
|
|
|
 |
|
Portret van Paul Halter, Brussel 1942. Deze commandant der Partizanen bedenkt de “ontvoering” van de joodse meisjes uit het klooster van de Allerheiligste Verlosser in Anderlecht. Paul Halter, zelf joods, wordt gedeporteerd met transport XXIIA. Hij overleeft zijn deportatie en wordt op 5 april 1945 gerepatrieerd. (© KD)
|
|
|
|
|
 |
|
Op 28 oktober 1940 kondigt de bezetter de eerste anti-joodse maatregelen in België af. Alle joodse mannen, vrouwen en kinderen ouder dan 15 jaar moeten zich op hun gemeentehuis in het Jodenregister inschrijven. Omdat haar man naar Venezuela geëmigreerd is, schrijft Salomea Fejnman zichzelf en haar vijf kinderen op 8 januari 1941 in het Jodenregister in. (© JMB-MJB)
|
|
|
|
|
 |
|
Wanneer gearresteerde Joden naar de Kazerne Dossin worden gebracht, worden hun namen toegevoegd aan de lijst van de volgende deportatietrein naar Auschwitz-Birkenau. Salomea Fejnman wordt op 24 september 1942 ingeschreven op de lijst van transport XI. Deze trein verlaat de kazerne op 26 september 1942. Salomea Fejnman overleeft haar deportatie niet. (© DOS-SVG)
|
|
|
|
|
 |
|
Portret van Icek Glogowski. Deze joodse verklikker werkt voor de Sipo-Sd. Hij staat bekend onder zijn bijnaam “dikke Jacques” en is verantwoordelijk voor de arrestatie van tientallen en misschien zelfs honderden geloofsgenoten. (© ARA-AGR)
|
|
|
|
|
 |
|
In juni 1943 wijdt Libération, het blad van het Onafhankelijkheidsfront, een artikel aan de “ontvoering” van de joodse meisjes uit het klooster van de Allerheiligste Verlosser : “L’armée des Réfractaires et des Partisans”. (© CREHSGM)
|