Het nationaalsocialisme: de ideologie

Het nationaalsocialisme – afgekort, nazisme – kan samengevat worden in één slogan: “EIN VOLK, EIN REICH, EIN FÜHRER”.

Het begrip Volk staat niet zomaar voor het Duitse volk. Het gaat over een ideaal van raciale zuiverheid. Dat ideaal moet gerealiseerd worden door de onzuivere elementen te elimineren die de Arische en Germaanse suprematie bedreigen.

Bovendien is het ‘volk’ een nationale gemeenschap die in Europa zijn levensruimte moet veroveren. Daartoe worden de arbeiders verenigd in een rassenstrijd, in tegenstelling tot de marxistische idee van klassenstrijd.

De Jood, zondebok en onzuiver element bij uitstek, belichaamt tegelijkertijd het communisme en het kapitalisme. Hij moet verwijderd worden uit Europa. Racisme, antisemitisme en antimarxisme vormen dus de fundamenten van het nationaalsocialisme.

Het Reich organiseert zich rond de nazipartij en de nazistaat. In de marge daarvan ontwikkelt zich de S.S. (Schutzstaffeln), een autonome organisatie, een partij in de partij en een staat in de Staat. Hun enige wet is trouw de bevelen van de Führer op te volgen en zijn wil uit te voeren, wat die ook moge zijn.

De Führer is een verwijzing naar de Leider, wat het nazisme van Adolf Hitler in verband brengt met het fascisme van Benito Mussolini. Maar de Staat van Hitler beperkt zich niet tot een fascistische en totalitaire dictatuur van één partij. Hitler, Führer van de nazipartij en de Duitse Staat, staat boven de Staat en de partij. Zijn macht weerspiegelt zich in de blinde gehoorzaamheid van de S.S.

Het nazisme gebruikt een nieuwe opvatting van antisemitisme. Tot in de 19de eeuw was het anti-judaïsme religieus en christelijk. De haat was toen gebaseerd op het idee van de Godsmoord, de beschuldiging dat het joodse volk verantwoordelijk was voor de moord op Christus. De Joden belijden dus een verkeerde godsdienst en dwalen. Dit anti-judaïsme volstond om sporadische vervolgingen te veroorzaken. Maar binnen deze visie konden de joden wel nog steeds gered worden door zich te bekeren.

Het antisemitisme van de nazipartij is echter racistisch en heeft niets meer te maken met godsdienst, maar met afkomst en geboorte.

 

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog

Het Duitse Rijk van Willem II komt helemaal vernederd en gedestabiliseerd uit de Eerste Wereldoorlog. De monarchie is afgeschaft en Duitsland wordt een democratische republiek, de Weimarrepubliek. Deze republiek aanvaardt het Verdrag van Versailles opgelegd in  1919 door de overwinnaars van de Grote Oorlog. Dit verdrag legt Duitsland zware herstelbetalingen en demilitarisatie op en daarbij moet het ook nog gebieden afstaan. Duitsland wordt gezien als grote verantwoordelijke van de oorlog en  wordt niet uitgenodigd voor het ondertekenen van dit verdrag.

De economische gevolgen voor Duitsland zijn niet te overzien. De inflatie explodeert: in augustus 1923 daalt de waarde van de Mark  van 4,2 Mark per dollar naar 1 000 000 per dollar. Op 20 november kent de daling een dieptepunt. De Mark staat nu 4 200 000 000 000 per dollar. De Duitse bevolking ziet in snel tempo haar geld devalueren en de economie instorten. De situatie verergert nog in 1929 met de wereldwijde economische crisis ontstaan na de beurscrash van Wallstreet. Tussen 1931 en 1932 zijn 6 000 000 Duitsers, meer dan 25% van de actieve bevolking, werkloos.

Een lange reeks van interne problemen veroorzaakt zowel vanuit de linkse als vanuit de rechtse hoek (stakingen, revoluties en staatsgrepen), doet de jonge Weimarrepubliek wankelen. Op 8 november 1923 wordt onder leiding van Adolf Hitler,voorzitter van de N.S.D.A.P de ‘bierkellerputsch’ in München gepleegd. Deze staatsgreep onderstreept nogmaals de broosheid van de republiek. In 1925 wordt veldmaarschalk Paul Hindenburg, een centrumrechtse held uit de Eerste Wereldoorlog, verkozen tot rijkspresident. Hij brengt enkele jaren rust en stabiliteit. De economische wereldcrisis van 1929 brengt echter veel armoede, ellende en extremistische stemmen met zich mee. Bij de verkiezingen in 1930 wordt de naziepartij van Hitler plots de op één na grootste in Duitsland. In één klap krijgt ze 6 miljoen stemmen (18%).

 

Hitler en de NSDAP

In 1919 wordt Adolf Hitler lid van de Duitse Arbeiderspartij, een kleine, onbeduidende partij met nationalistische,socialistische en antisemitische ideeën, maar met weinig leden en weinig geld. Door Hitlers organisatorische en retorische talenten groeit de partij echter zeer snel. Op 24 februari 1920 verandert de partij haar naam in Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij (N.S.D.A.P). In 1922 wordt Hitler partijleider. Al gauw telt de N.S.D.A.P tienduizenden leden.

In het partijprogramma van 1920 staan populaire en krachtige ideeën te lezen:

  1. Elke burger moet een Volksgenosse zijn. Een Volksgenosse is van Duits bloed zonder onderscheid naar religie. Een Jood kan geen Volksgenosse zijn.
  2. Elke niet-Duitse immigratie moet verboden worden. Niet-Duitsers die sedert 2 augustus 1914 immigreerden, moeten gedwongen worden Duitsland te verlaten.
  3. De staat moet de werk- en levensmiddelen voorbehouden voor haar burgers. Wanneer de staat haar burgers niet volledig kan onderhouden, moet zij de vreemdelingen uitwijzen.
  4. De eerste plicht van elke Duitser is werken.
  5. Zonder arbeid geen inkomen.
  6. De creatie van een “Reich”, een sterke staat.

Na de mislukte poging om de Weimarregering omver te werpen, (de ‘bierkellerputsch’), wordt Hitler in november 1923 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf in de gevangenis van Landsberg. Omwille van zijn prestige als politicus wordt hij echter na een jaar, op 20 december 1924,  al vrijgelaten. Tijdens zijn comfortabel celleven schrijft hij zijn boek Mein Kampf. Daarin worden zijn opvattingen over de joden wel zeer duidelijk gesteld:

"De Jood is en blijft een typische parasiet, die ten koste van zijn gastheer leeft, die zich als een schadelijke bacil over een groter terrein uitbreidt, waar maar een goede voedingsbodem voor hem te vinden is; maar waar hij verschijnt sterft na kortere of langere tijd het volk, dat hem herbergt." (p. 373).

In 1924 behaalt de NSDAP bij de verkiezingen 6,6%. Daarna daalt hun stemmen aantal een tijdje maar ondertussen werkt de partij aan haar interne organisatie met  Gauleiter, stormtroepen (Sturmabteilung - SA) en veiligheidstroepen (Schutzstaffel - SS).

Bij de verkiezingen van 1930 wordt de N.S.D.A.P  met 6 miljoen stemmen  plots de tweede grootste partij. In juli 1932 krijgen de nazi’s 37% procent van de stemmen (dertien miljoen kiezers) en zijn ze de grootste partij van Duitsland. Dit hebben ze te danken aan een handig inspelen op de economische crisis. Op hun verkiezingsaffiches staan verpauperde figuren afgebeeld met de slogan “Hitler, onze laatste hoop”. De belangrijkste oppositiepartij is die van de Communisten. Een coalitie met hen is uitgesloten. Wanneer in november 1932  opnieuw verkiezingen georganiseerd worden, verliezen de nazi’s twee miljoen kiezers. Hitler is er zich van bewust dat hij nu zo snel mogelijk de macht moet grijpen, wil hij verder verlies voorkomen. Daarvoor moet hij een verbond sluiten met het zakenmileu en de Duitse industriebaronnen, die misnoegd zijn over de politiek van de Weimarrepubliek.

 

Hitler aan de macht

In januari 1933 komt de nazipartij aan de macht in een coalitie met centrumrechtse partijen. Hitler wordt door rijkspresident Hindenburg benoemd tot rijkskanselier. Hindenburg ziet hierin geen gevaar vermits de eigenlijke macht bij hem berust. Maar enkele maanden later heeft Hitler zich bijna volledig meester gemaakt van de politieke macht in Duitsland.

De Rijksdagbrand op 27 februari 1933 zal de aanleiding zijn om de president een verklaring te doen ondertekenen waardoor grote delen van de grondwet ongeldig worden verklaard en willekeurige arrestaties mogelijk worden. De andere partijen worden ontbonden, de parlementen en regeringen van de deelstaten worden buiten spel gezet. De vrijheden van een democratische staat worden vernietigd. Er begint een genadeloze terreur. Wanneer op 2 augustus 1934 Hindenburg overlijdt, roept Hitler zichzelf uit tot president van het rijk.

Eén van Hitlers eerste beleidsdaden is het openen van concentratiekampen voor zijn politieke tegenstanders: vooreerst de Duitse Communistische Partij, vervolgens de vakbondsleiders en de Socialistische Partij en tenslotte al wie zich tegen hem verzet. Tussen 1933 en 1940 zitten gemiddeld 30 à 40 duizend Duitsers opgesloten in concentratiekampen. In de nacht van 30 juni 1934 laat hij de hele top van de SA  onder valse voorwendselen vermoorden door de SS van Himmler. Op deze manier schakelt hij mogelijk tegenstanders vroegtijdig uit. Deze nacht ging de geschiedenis in als de Nacht van de Lange Messen.

Na afgerekend te hebben met de Duitsers die hem tegenwerken, kan Hitler nu ook zijn racistische ideeën in de praktijk omzetten. In 1933 wordt onmiddellijk een economische boycot tegen de joden ingevoerd. Jodenwetten volgen elkaar in een hoog tempo op. Alle boeken die niet beantwoorden aan de nationaalsocialistische ideologie worden op brandstapels gegooid.

In 1935 legaliseert Hitler de jodenhaat door de Rassenwetten van Nürenberg in de Duitse wet op te nemen. Deze wetten verbieden onder andere huwelijken en relaties tussen joden en burgers met Duits bloed. Joden moeten hun spaargeld afgeven. Joodse mannen moeten nu officieel ‘Israël’ heten, joodse vrouwen ‘Sara’. In hun paspoort wordt een ‘J’ gestempeld. Tegelijk worden zeer regelmatig synagogen en joodse begraafplaatsen geschonden.

Het leven wordt onhoudbaar voor de Joden in Duitsland.

 

Reichskristallnacht

In de nacht van 9 op 10 november 1938 culmineert het antisemitisme in wat de nazi’s  Kristallnacht zijn gaan noemen. De aanleiding voor het geweld is de moord op een secretaris van de Duitse ambassadeur in Parijs door een zeventienjarige jongen die zijn gedeporteerde familie wou wreken.

Tijdens de Kristallnacht worden 7500 winkels geplunderd, 196 synagogen in brand gestoken en ongeveer 26.000 joodse mannen, waaronder talrijke oud-strijders uit WO I, aangehouden. 91 joodse mensen worden vermoord. De volgende dag liggen de straten bezaaid met glasscherven, stukgeslagen meubelen, vernielde koopwaar en aan flarden gescheurde kledingstukken. De aangehouden joden vervoegen nu de politiek gevangen in Dachau, Buchenwald en Sachsenhausen. De verzekeringsmaatschappijen moeten de geleden schade terugbetalen, niet aan de slachtoffers maar aan het Derde Rijk.

De nazi-propaganda stelt deze actie voor alsof ze  spontaan voortkwam uit de woede van het volk, maar in werkelijkheid was het een nauwkeurig opgezet spel van de hand van propagandaminister Joseph Goebbels. Achteraf wordt trouwens in alle talen ontkend dat de Joden iets te lijden hebben gehad.

De Kristallnacht was de laatste openlijke gewelddadige pogrom tegen de joden in Duitsland. Vanaf dat moment zal alles veel discreter en geheimzinniger gebeuren.

 

Extreem-rechts in België voor de oorlog

De economische crisis, inflatie en stakingen bevorderen de ontwikkeling van extreem-rechtse en fascistische bewegingen in België. Deze bewegingen structureren zich in politieke partijen en nemen dan deel aan de electorale strijd.

Het V.N.V. werd opgericht in 1933 en was een radicalisering van de Frontpartij. De taalkwestie en de eis van Vlaamse onafhankelijkheid vormden een belangrijk onderdeel van hun programma. Ook de katholieken zijn vertegenwoordigd in deze partij, hoewel de clerus, die monarchistisch is, het moeilijk heeft met het anti-Belgicisme van het VNV.

De leider van het V.N.V., Staf de Clercq (gestorven in 1942), telt onder zijn kiezers de middenklasse en de landbouwersklasse, mensen die het bijzonder zwaar te verduren kregen onder de crisis. De verkiezingsresultaten van het V.N.V kennen in de jaren 30 een constante groei.

Bij de verkiezingen in 1936 behaalt het V.N.V 7,10 % van de stemmen.

REX is ontstaan in de Franstalige katholieke kringen rond de universiteit van Leuven. Deze partij heeft geen welomlijnd programma. Het rexisme en zijn leider Léon Degrelle spelen in op de afkeer van het volk voor politiek-financiële schandalen.

Met als slagzin “100% catholique” profiteert Rex van de het feit dat verschillende grote leiders van de katholieke partij verdacht worden van corruptie. Ze behalen 21 zetels bij de verkiezingen van 1936 (11,49 % van de stemmen).

Niettemin verliest Rex stemmen bij de verkiezingen van 1937. Daar zijn drie redenen voor:

  1. Léon Degrelle sluit in 1936 een samenwerkingsakkoord af met het V.N.V. Een deel van zijn Franstalige en Belgicistische kiezers keuren dit af en trekken zich terug uit de partij.
  2. De katholieke Eerste Minister, Paul Van Zeeland, richt samen met alle democratische partijen een front op tegen de opmars van het fascisme.
  3. Kardinaal Van Roey roept alle christenen, en er zijn er velen binnen Rex, op om te stemmen voor de coalitie van Van Zeeland. Dit betekent het einde van Rex als politieke partij.

Vergelijking van de verkiezingsresultaten van Rex en V.N.V.:

  1932 1936 1937
Rex 0 11,49% 4,40%
V.N.V. 5,60% 7,10% 7,90


Het antisemitisme is elementair voor het gedachtegoed van deze twee bewegingen. De thema’s die steeds weer worden hernomen door de extreem-rechtse propaganda verzoenen tegenstrijdige clichés: de Jood wordt ervan beschuldigd een kapitalist zonder hart te zijn die op schandalige wijze arbeiders uitbuit, terwijl hij ook de communist zou zijn die de goede werking van de maatschappij in gevaar brengt.

De Jood is niet enkel een schadelijk wezen tussen andere inferieure rassen, hij is de vijand zelf! Hij is de oorzaak van de ellende van Duitsland. Hij heeft de oorlog uitgelokt. Zijn doel is om de wereld te domineren. En hij beweegt de volkeren om dit in het werk te stellen.

Vanaf 1941, wanneer Groot-Brittannië, Rusland en later de Verenigde Staten een alliantie vormen tegen Duitsland, brengt de nazistische propaganda het Joods complot naar voor. Volgens extreem-rechts, schuilt er een jood achter alles wat niet goed gaat in de samenleving. De versmelting van deze thema’s maakt dat men kiezers van zowel de linker- als de rechterzijde aanspreek.

 

De vluchtelingen

De politieke en raciale vluchtelingen komen in België vanaf 1938 in verschillende vluchtelingencentra terecht: Marneffe, Merksplas, Eksaarde of Halle. Naast ambachtslui vindt men in deze kolonies voornamelijk kooplieden en intellectuelen. Aangezien het de bedoeling is dat deze vluchtelingen zo vlug mogelijk emigreren, worden ze omgeschoold en volgen ze taalcursussen (vooral Engels). Tot de recreatiemogelijkheden behoren sport, toneel, film en ’s zondags groepswandelingen op het domein. Niemand mag zonder bijzondere vergunning het domein verlaten. Wie tracht te vluchten, wordt onmiddellijk terug over de grens gezet.

28  mei 1940: België bezet

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger België binnen. De Duitse Blitzkrieg snijdt als een mes door boter. Na 18 dagen strijd moet het Belgische leger zich overgeven. De regering wijkt uit naar Engeland. Leopold III gaat in ballingschap in Laken. Als aanhanger van de Nieuwe Orde hoopt hij zo voordeel uit de situatie te halen. Uiteindelijk zal hij in Zwitserland in ballingschap gaan.

De bezetter installeert een militair bestuur onder Generaal Von Falkenhausen. SS-generaal Reeder staat aan het hoofd van de militaire administratie. Hij heeft echter te weinig troepen en aanvaardt daarom de hulp van Himmler, hoofd van de SS van het Rijk en hoofd van de Duitse politie. Reinhard Heydrich zendt agenten van de Rijksveligheidspolitie, Sipo-SD, met als opeenvolgende leiders, de SS-ers Constantin Canaris en Ernst Ehlers.

De burgerlijke vrijheden worden afgeschaft. ‘Discreet’ en zeer geleidelijk wordt de vervolging en de onderdrukking van politieke en raciale tegenstanders uitgevoerd.

 


De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.

Antijoodse propaganda, België, december 1943 (© KD)
Antijoodse propaganda, België, december 1943 (© KD)
Het volk begroet de Führer op de “Reichsparteitag” (© G. Rosenkranz – Das Ehrenbuch der SA)
Het volk begroet de Führer op de “Reichsparteitag” (© G. Rosenkranz – Das Ehrenbuch der SA)
Economische boycot van joodse winkels - 1 april 1933 (© Yad Vashem)
Economische boycot van joodse winkels - 1 april 1933 (© Yad Vashem)
De synagoge van Worms op 10 november 1938, de ochtend na Kristallnacht (© Yad Vashem)
De synagoge van Worms op 10 november 1938, de ochtend na Kristallnacht (© Yad Vashem)
Congres van het Vlaams Nationaal Verbond, 1934 (© Le Soir)
Congres van het Vlaams Nationaal Verbond, 1934 (© Le Soir)
Léon Degrelle  - maart 1935 (© A.V.B)
Léon Degrelle - maart 1935 (© A.V.B)
Verkiezingsaffiche die oproept om te  stemmen voor Paul VAN Zeeland, 1937 (© AVB)
Verkiezingsaffiche die oproept om te stemmen voor Paul VAN Zeeland, 1937 (© AVB)
Verkiezingspamflet Antwerpse Katholieken, oktober 1938 (© KADOC)
Verkiezingspamflet Antwerpse Katholieken, oktober 1938 (© KADOC)
Vluchtelingencentrum Merksplas: de bewoners  leren mest uitstrooien, 1939 (© SOMA)
Vluchtelingencentrum Merksplas: de bewoners leren mest uitstrooien, 1939 (© SOMA)
De Duitse troepen hijsen de nazivlag aan het  Koninklijk paleis van Laken (© Central Press LTD)
De Duitse troepen hijsen de nazivlag aan het Koninklijk paleis van Laken (© Central Press LTD)
De militaire bezettingsmacht: Alexander Von Falkenhausen en Eggert Reeder (© KLM)
De militaire bezettingsmacht: Alexander Von Falkenhausen en Eggert Reeder (© KLM)