3. Kazerne Dossin en de mensenrechten: het non-discriminatiebeginsel
Er wordt geopteerd om in de nieuwe permanente tentoonstelling een geactualiseerd mensenrechtendiscours te integreren, dat bijdraagt aan een herinneringseducatief project. De conceptualisering van de mensenrechten, die reeds werd aangeduid met begrippen als ‘racisme’ en ‘uitsluiting’, wordt wellicht best vertaald en uitgewerkt vanuit het nondiscriminatiebeginsel.
Dit begrip sluit naadloos aan bij het ‘historische verhaal’ in de tentoonstelling. De vervolging van Joden en andere bevolkingsgroepen vloeide immers voort uit de negatie van de basis zelf van onze moderne rechtsstaat, te weten de vrijheid en gelijkheid van elkeen tegenover de wet. Deze fundamentele basisregel wordt onderuit gehaald wanneer de overheid regels en praktijken invoert die bepaalde groepen ongelijk maakt en hun de vrijheid ontneemt. Dan gaat de overheid over tot discriminatie. Eens die weg ingeslagen, zijn er geen principiële barrières meer en wordt alles mogelijk, tot en met het uiterste: de genocide.
Anderzijds is het non-discriminatiebeginsel een welomschreven juridisch begrip waarbij kan worden gerefereerd aan een aantal interessante casussen en processen, onder meer voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Zo kunnen we vanuit concrete gevallen aandacht besteden aan de thans groeiende discriminatie van zigeuners in diverse Europese landen, wat meteen ook een tegengewicht kan zijn voor het relatief schaarse materiaal over de vervolging van zigeuners in België tijdens de Duitse bezetting. Er is verder ook Belgische regelgeving die tot interessante toepassingen heeft geleid (de antiracismewetgeving of ook de genocidewet). Ook kan bv. aandacht uitgaan naar de Zuid-Afrikaanse Apartheid.
Uiteraard zullen we ons niet beperken tot een gejuridiseerde context. De problemen met migratie en interculturaliteit roepen haast elke dag vragen op in de context van racisme en uitsluiting.
De casussen moeten uiteraard steeds zorgvuldig worden gekozen, met grote aandacht voor gelijkenissen en verschillen en voor pedagogische vertaalbaarheid. Zo zijn er de talrijke lynchpartijen van zwarten in de Verenigde Staten, waarbij een mensenmassa – vaak vrouwen en kinderen incluis – zich stortte op een individu. De casussen kunnen ook minder extreem en meer herkenbaar zijn. Zo kan de vergelijking worden gemaakt tussen de sociaal-economische situatie van de vele Joods immigranten in België in het interbellum en deze van de zgn. ‘allochtone’ immigranten sinds de jaren 1970. Ook is denkbaar om de focus te richten op uit de hand gelopen pestgedrag op school, waarbij de groep het slachtoffer uiteindelijk ertoe gebracht heeft om zichzelf het leven te benemen. Indien goed gepresenteerd en geïntegreerd, hebben zulke casussen een grote pedagogische waarde. Het komt ons voor dat het massa-aspect vaak erg belangrijk zal zijn. Toch zijn ook andere gevallen denkbaar (bv. het arrest- Feryn).
Het is de bedoeling om deze casussen te verwerken doorheen het parcours van de permanente tentoonstelling.



