2. Mensenrechten en herinneringseducatie
Reeds in zijn huidige vorm is het JMDV betrokken bij de ‘herinneringseducatie’, zoals die wordt aangestuurd door het Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie (BCH) dat het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap adviseert. Het komt ons voor dat we bij de uitwerking van de permanente tentoonstelling en de integratie daarin van de mensenrechten, aansluiting moeten zoeken bij de Visietekst en Memorie van Toelichting die het BCH recent uitwerkte. We citeren hierna haast integraal uit deze nota, omdat ze naadloos aansluit bij datgene wat een van de rode draden zal zijn doorheen het museum.
“Zoals ook vastgelegd in de eindtermen voor het Vlaamse onderwijs, opteert het BCH voor herinneringseducatie als een project voor het secundair onderwijs (ASO,TSO, BSO, BuSO, DBSO). Herinneringseducatie veronderstelt namelijk een bepaalde basiskennis, een aantal vaardigheden en een zekere emotionele rijpheid. (…)
Herinneringseducatie heeft een bijzondere band met het historisch-wetenschappelijke karakter van de geschiedschrijving, maar valt er niet mee samen. De herinneringseducator wil zijn leerlingen een engagement, een boodschap meegeven. Net daarom verdient herinneringseducatie een vakoverschrijdende benadering en is het te beperkt als het enkel in de les geschiedenis aan bod komt.
Dit alles wil echter geenszins zeggen dat herinneringseducatie los te koppelen valt van een historische benadering. Het is het historisch-wetenschappelijk kader dat ervoor zorgt dat herinneringseducatie leidt tot een grotere kennis en een ruimer begrip. Een louter emotieve confrontatie met het verleden leidt tot emotie maar niet tot besef. Het historisch onderzoek moet de herinnering bovendien kritisch bevragen en waar nodig demythologiseren. De herinnering moet dus steeds ingebed worden in de historische context.
Bij herinneringseducatie staat het doel voorop. Het bestuderen van het verleden gebeurt niet louter om het verleden te kennen of te begrijpen, het gaat er ook om wat wij uit het verleden zouden kunnen leren. Het doel van herinneringseducatie is ‘respect’, een begrip dat verder gaat dan ‘tolerantie’ of ‘verdraagzaamheid’. Via herinneringseducatie willen we aanzetten tot een respectvolle houding ten opzichte van elke persoon, van welke afkomst, seksuele geaardheid of overtuiging dan ook. ‘Actief’ respect verwijst naar onze verantwoordelijkheid om actief op te treden tegen respectloosheid in de samenleving.
De focus van herinneringseducatie ligt op vandaag. We gaan heden en verleden niet met elkaar vergelijken, we gaan het verleden niet beoordelen met de maatstaven van vandaag. Dat is onmogelijk en zinloos. Wel gaan we op zoek naar tijdloze mechanismen als machtswellust, geweld, vooroordelen, propaganda, xenofobie, nationalisme, bureaucratie, ontmenselijking, … Die mechanismen liggen veelal aan de basis van leed uit heden en verleden. Hoe werken die mechanismen? Welke zijn de strategieën om deze mechanismen te doorzien en ze niet te laten ontsporen?
Het uitgangspunt bij herinneringseducatie is wel steeds de herinnering aan iets. Het verleden dus. Deze diachrone benadering is een voorwaarde die andere vormen van educatie niet kennen. Vredeseducatie, burgerschapseducatie, mensenrechteneducatie, … werken synchroon en hoeven geen brug te slaan naar gebeurtenissen uit het verleden.
De thema’s waarrond gewerkt wordt, hebben meestal een plaats in het collectieve geheugen en zijn geen geïsoleerde gebeurtenissen zonder maatschappelijke repercussies. Herinneringseducatie gaat over mensen. Mensen met een achtergrond, een jeugd, een toekomst, ideeën, overtuigingen, gevoelens, plannen, dromen, … Deze mensen, welke rol ze ook speelden, zoveel mogelijk als ‘mens’ voorstellen, en zo weinig mogelijk als cijfers en statistieken, stimuleert het empathisch vermogen van de lerenden en doet recht aan de complexe waarheid.
Het feit dat de definitie ‘de herinnering aan leed’ als uitgangspunt vermeldt, wil niet zeggen dat er tijdens het leerproces geen oog mag zijn voor de positieve verhalen in de context van het leed. Integendeel, die lichtpuntjes in de behandelde geschiedenis of de positieve lessen die de mensheid trok, zijn net uiterst waardevolle instrumenten om aan herinneringseducatie te doen.
Mensen zijn niet alleen het slachtoffer van het leed dat het onderwerp vormt van herinneringseducatie, zij zijn er ook de oorzaak van. Sommigen liggen actief aan de basis van dit leed, anderen zijn passief en laten het gebeuren. Nog anderen verzetten zich en trachten er, op wat voor manier dan ook, iets aan te doen. Zeker die perspectieven (van daders en omstanders) dienen bij herinneringseducatie omstandig geëxpliciteerd te worden. Als we willen dat herinneringseducatie tot actief respect leidt, moet er inzicht gecreëerd worden in het feit dat de bestudeerde mechanismen algemeen menselijk zijn en bij iedereen kunnen voorkomen. De les bestaat er dan in die mechanismen in onszelf of rondom ons te leren herkennen en hanteren. Het gaat om bewustwording van de intrinsiek menselijke vrijheid om, onder welke omstandigheden dan ook, te kiezen voor een bepaald gedrag. Herinneringseducatie wil de lerenden ertoe aanzetten om zoveel mogelijk maatschappelijk verantwoorde keuzes te maken.”



