“Evacuatie naar het Oosten”
Op 23 oktober 1941 neemt Himmler de belangrijke beslissing om de emigratie van Joden te verbieden. In Wannsee verklaart Heydrich op 20 januari 1942 waarom de koersverandering van de herfst van 1941 nodig was : de emigratie wordt vervangen door de evacuatie van 11 (in werkelijkheid 9) miljoen Joden naar het Oosten, een oplossing die de goedkeuring heeft van de Führer.
De «evacuatie naar het Oosten» krijgt in december 1941 een sinistere invulling. De nazitop verzekert de gouverneur-generaal van Polen, Hans Frank, ervan dat er geen Joden nodig zijn in het Oosten, en dat het dus beter is ze uit te roeien. Op bezet Sovjetgrondgebied vermeerderen de fusillades vanaf de herfst. Mobiele moordkommando’s (Einsatzgruppen) van de SS en de politie voeren ze uit. Het kommando dat actief is in Litouwen, fusilleert in 7 maanden tijd 136.000 Joden en 2.000 communisten, mentaal zieken en zigeuners. Naar aanleiding van de toename van de slachtpartijen laat de Reichscommissaris van het Ostland, Hinrich Lohse, het bevel om alle Joden op zijn grondgebied te vernietigen, herbevestigen.
De judeocide treft tot op dat moment enkel de Joden in bezet Sovjetgebied. Vanaf oktober 1941 begint de deportatie naar het Oosten van de Joden uit het Grootduitse Rijk. De eerste duizendtallen die in november aankomen, worden nog gefusilleerd. De volgende konvooien rijden naar de getto’s, waar de nieuwelingen de plaats innemen van de uitgeroeide plaatselijke Joden. In de zomer van 1942 worden ze op hun beurt gefusilleerd. Vanaf dat moment is de judeocide van toepassing voor alle Joden van Europa.
Opening van de Dossinkazerne
Op 11 juni 1942 krijgt de SS-officier Kurt Asche, verantwoordelijk voor "Joodse Aangelegenheden" in Brussel, de opdracht 10.000 Joden uit België naar Auschwitz te deporteren. Op 28 augustus 1942 werd dit quotum verdubbeld.
Eind juli opent de SS dan ook in de voormalige Dossinkazerne te Mechelen, een SS-Sammellager für Juden. De Kazerne Dossin de Saint Georges te Mechelen is een evidente keuze voor de nazi’s: de kazerne is precies gelegen tussen Brussel en Antwerpen, waar bijna alle 70.000 joden in het land wonen. De kazerne heeft maar één toegangspoort waardoor ze het karakter van een gevangenis krijgt. Naast de kazerne loopt de spoorlijn tussen Brussel en Antwerpen en even verderop ligt een zijspoor richting Leuven, Duitsland en het Oosten. De nabijheid van het kamp van Breendonk, bestemd voor politiek gevangenen, brengt de bezetter ertoe de omgeving als veilig en relatief neutraal te beschouwen. De nazi’s gaan ervan uit dat de aanwezigheid van de gevangenen geen speciale opschudding teweeg zal brengen bij de plaatselijke bevolking.
Dit alles maakt Kazerne Dossin is het ideale verdeelpunt voor de deportatie.
Het Arbeitseinsatzbefehl
Vanaf 25 juli 1942 ontvangen meer dan 12.000 joden tussen 15 en 50 jaar een bevelschrift van de nazi’s. Zij moeten naar de kazerne komen “om te gaan werken in Duitsland”. Het begrip ‘verplichte arbeid” is de joden niet onbekend: 2200 mensen werken reeds aan de versterkingen van de Atlantische Muur.
Voor het verdelen van de brieven onder de Joden doet de bezetter een beroep op de JVB. In navolging van het bevel begeven 4023 Joden zich naar Mechelen. Zo lopen ze, zonder het te beseffen, hun deportatie en hun dood tegemoet.
Al gauw blijkt dat niet alle Joden het bevel opvolgen. Daarom krijgt de JVB van de SS de opdracht om de Joden tot gehoorzaamheid aan te sporen. De JVB voegt een brief bij het Arbeitseinsatzbefehl. Eventuele dwarsliggers werden ontmoedigd door bedreigingen: "Overtredingen zullen zware straffen tot gevolg hebben, zowel voor familieleden als voor de hele Joodse Gemeenschap."
Hoewel de bezetter verzekert dat de joden ‘tewerkgesteld’ zullen worden binnen de grenzen van het Reich, zal twee derde van de opgeroepen tewerkgestelden de zaak niet vertrouwen en thuis blijven. Op die manier slagen de nazi’s er niet in om 300 mensen per dag in Mechelen op te sluiten, zoals voorzien was in hun planning van de deportatie. Een andere methode dringt zich op.
Razzia’s
De oproep voor verplichte tewerkstelling kent niet het gewenste effect. Daarom besluit de bezetter over te gaan tot daadwerkelijke actie. De periode augustus-september 1942 wordt dan ook gekenmerkt door een reeks grote acties waarbij 4468 Joden in bezet gebied (België en Noord-Frankrijk) worden gearresteerd:
- De nacht van 15 op 16 augustus 1942 in Antwerpen: 845 personen
- De nacht van 28 op 29 augustus 1942 in Antwerpen: 943 personen
- De nacht van 3 op 4 september 1942 in Brussel: 600 personen
- De nacht van 11 op 12 september 1942 in Antwerpen: 745 personen
- De nacht van 11 op 12 september 1942 in Lens – Rijsel (Noord-Frankrijk): 514 personen
- 21, 22 en 23 september 1942 te Antwerpen: 761 personen
Opmerkelijk is het verschil in resultaat tussen Antwerpen en Brussel. In Antwerpen worden duidelijk meer razzia’s gehouden en dus meer mensen gearresteerd. Een van de redenen hiervoor is de verschillende houding van de burgemeesters. Coelst, burgemeester van Brussel weigert immers aan deze grote actie mee te werken, in tegenstelling tot zijn collega Delwaide, burgemeester van Antwerpen die de lokale politie veelvuldig inzet voor deze acties.
Naast deze grote razzia’s worden ook een heleboel individuele arrestaties verricht en werden vele Joden verraden. In de eerste fase van de Jodenvervolging in België wordt bijgevolg het vooropgestelde quotum van 10.000 Joden gehaald. Dat van 20.000 Joden voor eind oktober 1942 wordt echter niet gehaald.
De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.



