1940-1942: Uitsluiting van de Joden

Meteen tijdens de eerste maanden van de bezetting, beginnen de nazi’s met een systematische vervolging van de joden in België. Dit verloopt in twee fases. In een eerste fase, tussen 1940 en 1942, worden de joden met behulp van allerlei administratieve maatregelen buiten de maatschappij gesloten. Een tweede fase vangt aan met de opening van de Dossinkazerne als SS-Sammellager (1942) en gaat door tot aan de bevrijding (1944). In deze fase worden de joden bijeengebracht, naar het oosten gedeporteerd en daar omgebracht in de vernietigingscentra en concentratiekampen.

 

De 17 Verordnungen

Tussen 28 oktober 1940 en 21 september 1942 dringen de nazi’s de joden een speciaal statuut op door middel van zeventien discriminerende maatregelen. Met deze reeks Verordnungen worden de joden uit het openbare leven verstoten.

  1. Verordening van 28 oktober 1940, houdende maatregelen tegen de Joden
    Deze verordening legt in de eerste plaats vast wat verstaan wordt onder ‘Jood’. Daarnaast worden de joden verplicht om zich in te schrijven in de gemeentelijke ‘jodenregisters’. 45.000 joodse mensen gaan zich aanmelden. Hierdoor beschikt de Gestapo over een steekkaartensysteem met al hun namen en adressen (57.000 personen).
    Daarnaast wordt aan de joden een terugkeerverbod opgelegd en mogen zij geen eigenaar meer zijn van panden en ondernemingen. Ook hun drank- en spijshuizen worden gebrandmerkt als exclusief joods. Deze laatste worden verplicht een affiche met ‘Joodse onderneming’ aan te brengen.
  2. Verordening van 28 Oktober 1940, betreffende het verwijderen van Joden uit ambten en betrekkingen
    Joden worden geweerd uit belangrijke ambten zoals advocaat, professor, …
  3. Verordening van  31 mei 1941, houdende aanvulling van de Jodenverordening / Nieuwe redaktie : Verordening van 31 Mei 1941 houdende ekonomische maatregelen de Joden (derde Jodenverordening).
    Ondernemingen die vallen onder de aangifteverplichting worden met deze verordening aangeduid. Ook zij moeten de affiche ‘Joodse onderneming’ nu aanbrengen. Joden moeten daarnaast aangifte doen van hun bezittingen en hun geld ter beschikking stellen van de nazi’s. Vanaf dit moment kunnen ondernemingen op bevel van de bezetter gesloten worden. Zij mogen ook niet langer in het bezit zijn van een radiotoestel.
  4. Verordening van 29 augustus 1941, houdende beperking van de bewegingsvrijheid der Joden
    De bezetter legt de joodse bevolking een avondklok op en deze mag zich enkel en alleen nog vestigen in Brussel, Antwerpen, Luik en Charleroi.
  5. Verordening van 25 november 1941 betreffende de oprichting van een vereeniging der Joden in België
    Geregistreerde joden moeten zich aansluiten bij de JVB (‘Jodenvereeniging in België’). Deze organisatie is zogezegd een caritatieve vereniging met als doel de emigratie van de joden te vergemakkelijken. In werkelijkheid is de “Jodenraad”, zoals de JVB meestal genoemd wordt, opgericht om de deportatie van de joden voor te bereiden.
  6. Verordening van 1 december 1941 betreffende het Joodse Schoolwezen
    Joodse leerlingen worden uitgesloten uit publieke, katholieke en privéscholen met een niet joods karakter.
  7. Verordening 17 januari 1942 over het reizen van Joden naar het buitenland
    Voortaan zijn de Belgische grenzen gesloten voor Joden en mogen ze niet meer naar het buitenland reizen. Hun enige uitweg is de ‘evacuatie naar het oosten’.
  8. Verordening 11 maart 1942 betreffende het tewerkstellen van Joden in België
    De verplichte tewerkstelling wordt aan iedereen in het bezette gebied opgelegd. Tegen de Joden treffen de Nazi’s bijzondere maatregelen met het oog op hun deportatie naar dwangarbeiderskampen.
  9. Verordening van 22 april 1942 waarbij het vermogen van Joden ten gunste van het Duitsche Rijk vervallenverklaard wordt
    Deze verordening regelt de in beslagname van goederen van Joden die hun Duitse nationaliteit verloren hebben. In praktijk treft die maatregel alle Joden. De in beslag genomen goederen uit Joodse woningen worden overgebracht naar het Rijk.
  10. Verordening van 8 mei 1942, tot uitvoering van de verordening, betreffende het tewerkstellen van Joden in België
    De bezetter bereidt de deportatie van duizenden Joden uit België naar Noord-Frankrijk voor. Zij worden tewerkgesteld op de werven van de Organisation Todt, vooral voor de constructie van de Atlantische Muur.
  11. Verordening van 27 mei 1942, betreffende de kenmerking van de Joden
    Joden vanaf 6 jaar worden verplicht de gele ster te dragen wanneer zij zich in het openbaar vertonen. Op enkele weken tijd verschijnen in het straatbeeld duizenden burgers die als Jood gebrandmerkt zijn
  12. Verordening van 1 juni 1942, betreffende de uitoefening van geneeskundige beroepen door Joden
    Door deze verordening mogen Joden niet langer een medisch beroep uitoefenen.
  13. Verordening van 1 juni 1942, houdende beperking van de bewegingsvrijheid van de Joden
    De avondklok wordt voor Joden ingevoerd. Zij worden verplicht tussen 20u ‘s avonds en 7u ’s ochtends binnen te blijven en zich niet in het openbaar te vertonen.
  14. Verordening van 1. Augustus 1942, houdende aanvulling van de verordening, waarbij het vermogen van joden ten gunste van het Duitsche Rijk vervallen verklaard wordt.
    Deze verordening legt het beheer en de liquidatie van de geconfisceerde vermogens van Joden door de Brüsseler Treuhandgesellschaft vast.
  15. Verordening van 13 augustus 1942 over de inrichting van scholen
    Joodse scholen worden voortaan georganiseerd door de J.V.B.
  16. Verordening van 21 September 1942, tot aanvulling van de verordening houdende ekonomische maatregelen tegen de Joden
    Verbod van rechtshandelingen over roerende vermogenswaarden van Joden
  17. Verordening van 7 Oktober 1942
    Deze verordening legt het verbod  op ondernemingen op te richten en uit te breiden en beveelt tot het sluiten van bestaande ondernemingen. Daarnaast regelt het de werktijd en rationalisering van de bedrijven en besturen. Ook wordt de rekrutering van werkkrachten voor het verrichten van werk van bijzonder belang vastgelegd.

 

Andere maatregelen

Naast deze 17 verordeningen wordt door de Belgische overheid, meer bepaald door de Secretaris-generaal Gerard Romsée enkele maatregelen tegen de Joden genomen.
Zo eist hij een nieuwe telling van de Joodse bevolking in België. Daarbij aansluitend verplicht hij de Joden vanaf 29 juli 1941 een stempel ‘Jood-Juif’ op hun identiteitskaart te laten aanbrengen. Deze stempel is tevens een bewijs dat de Joden deelgenomen hebben aan de telling.

 

De pogrom in Antwerpen

Op paasmaandag 14 april 1941 gaan zo’n 150 aanhangers van de Anti-Joodse Liga, die gerekruteerd werden bij de Vlaamse SS en bij andere ultranationalistische bewegingen, over tot actie. Zij organiseren een rel in de hoop de bevolking mee te trekken in een grote anti-joodse beweging, zoals tijdens de Duitse Kristallnacht. Na een vertoning van de antisemitische film De Eeuwige Jood, vernielen zij 200 etalages van joodse winkels en steken zij twee synagogen in brand. De bevolking blijft afzijdig en de Duitse overheid zal zich niet laten provoceren door Belgische extreemrechtse herrieschoppers.

 


De tekst werd geschreven in samenwerking met Laurence Schram.

Militair Bevelhebber Alexander von Falkenhausen (© SOMA)
Militair Bevelhebber Alexander von Falkenhausen (© SOMA)
De verordening over het jodenregister aangeplakt in Brussel (© JMB-MJB)
De verordening over het jodenregister aangeplakt in Brussel (© JMB-MJB)
(© JMB-MJB)
(© JMB-MJB)
Verordnungsblatt over de Oprichting van een ‘Jodenvereeniging in België’ (© KD)
Verordnungsblatt over de Oprichting van een ‘Jodenvereeniging in België’ (© KD)
Ruth & Nini Berneman met ster op de Keizerlei, juni 1942 – leefden ondergedoken tijdens de oorlog (© KD)
Ruth & Nini Berneman met ster op de Keizerlei, juni 1942 – leefden ondergedoken tijdens de oorlog (© KD)
De menigte verdringt zich bij de brug op de Van den Nestlei om de brand goed te kunnen zien. (© KD)
De menigte verdringt zich bij de brug op de Van den Nestlei om de brand goed te kunnen zien. (© KD)
Een brandweerman kan eindelijk beginnen blussen als de rust is teruggekeerd. (© Le Soir)
Een brandweerman kan eindelijk beginnen blussen als de rust is teruggekeerd. (© Le Soir)